Boekbevalling – zo schrijf je een boek

Veel mensen hebben de ambitie om een boek te schrijven. Kijk maar naar het nieuwe tv-programma De pennen zijn geslepen dat donderdags op de buis is. Een boek schrijven is leuk, maar ook stressvol. Volgende week komt mijn derde roman uit, De inspiratiepraktijk. Het verhaal gaat over een ex-advocaat die coach is geworden. Gaaf natuurlijk, maar mijn nagels zijn verdwenen en ik slaap onrustig. Want wat is het een bevalling, zo’n boek publiceren.

Bord voor je kop

De stress begint dus bij de bevruchting: het boekidee. Wat is de moeite van de dracht waard? Om me heen zag ik een trend: mensen worden na ontslag of een burn-out ineens coach. Dat leek me een interessant onderwerp voor een nieuw boek. Bovendien kon ik in een praktijk allerlei cliënten met hedendaagse problemen kwijt. Van fear of missing out tot mamarexia. Van quinoa-obsessie tot relaties op het werk. In deze broedende beginfase is het vooral prettig om een beetje een bord voor je kop te hebben. Want als je bij alles denkt: ‘dat is er al’, krijg je geen letter op papier. Het schijnt dat uitgeverijen overspoeld worden met manuscripten. Proberen op te vallen met een origineel idee en unieke stijl is nog best lastig.

Wanneer is het klaar?

Idee, bord voor kop, uitgever. Check. Dan begint het echte broeden. Schrijven is niet een beetje met ongewassen haar in een ruim vest door de tuin fladderen in de hoop op inspiratie. Het is geen hobby voor in de avonduren. Schrijven is bikkelen: puffen, zuchten, persen. Maar als het boek af is dan komt alles goed. Was dat maar waar. Want wanneer is het af en goed genoeg? Daar heb je gelukkig een redacteur voor, die leest mee. En een spaarrekening. Want zo’n voorschot op de royalty’s gaat snel op.

Met een ingeleverd manuscript is het werk nog niet af. Want er komt een correctiefase, een coverontwerp en het boek moet verkocht worden. Aan het publiek, maar eerst nog aan de boekwinkels. Ondertussen gaan er persberichten uit naar kranten, bladen en tv-shows. Hoe valt jouw wolk van een baby op tussen alle andere pasgeborenen? Moet je handgeschreven briefjes opsturen, zelfgebakken boekenleggers langs brengen, geld overmaken naar DWDD of juist niet? Wie het weet, mag het zeggen.

Dan komt de boekpresentatie, het champagnemoment. Op dat moment kun je toch geen letter meer veranderen en zijn jij en jouw boekenbaby totaal overgeleverd aan de goden. Gaan mensen het lezen? Jouw inspanning die voor hen ontspanning moet brengen.

Waar gebeurd?

En dan vinden ze er iets van – als het goed is. En krijg je de meest gestelde vraag: is het verhaal waargebeurd? Bij de publicatie van De urenfabriek was ik hoogzwanger en hormonaal. Ik was bang dat mensen zouden denken dat het boek autobiografisch was, al stond er heel groot fictie op. Het voelde naakt. Bij Juffrouw Holle was dat al minder. Inmiddels weet ik dat vrijwel iedere schrijver daarmee zit. Schrijvers putten vaak uit eigen ervaringen en geven daar een draai aan. Vergoten het uit en mixen de boel met observaties van anderen, films, fantasie. Vooral veel fantasie. Die wetenschap ontspant een beetje. Maar echt ontspannen zal het voor de schrijver niet worden. Schrijver? Zo durf ik me sinds kort te noemen. Al zeg ik meestal ‘Ik schrijf’ als mensen vragen wat ik doe. Dat klinkt minder hoogdravend.

Veel voor terug

Waarom willen we eigenlijk boeken schrijven? Het verdient weinig en levert veel stress op. Tja. Waarom eten giraffen blaadjes? Waarom poepen Fransen het liefst hurkend? Het is de natuur. Ik wil schrijven om grip te krijgen op het leven, de wereld om me heen te duiden, bij te dragen. En om me voort te planten. Dus wil je een boek schrijven? Ik raad je aan om er zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Want je krijgt er ook ontzettend veel voor terug.

P.S. Alle promotietips voor De inspiratiepraktijk zijn welkom!

 

brockhus-de-inspiratiepraktijk