Een beetje Zen is goed genoeg

Zelfhulpboeken en zentijdschriften verslind ik alsof het autodropjes zijn. Op het moment dat ik net een inspirerend artikel heb gelezen, denk ik: ja, precies! Zo moet het! Dan neem ik me altijd voor om voortaan alles anders te doen. Met aandacht eten en drinken. Tien seconden een time out nemen, voordat ik ontplof omdat een van mijn zoontjes voor de tiende keer van tafel opstaat om een speelgoedje te pakken. Niet de afwasmachine uitruimen, ondertussen broodtrommels vullen en tandenpoetsen. Wat wel: een gebalanceerd ochtend- en avondritueel invoeren.

Niet ZEN

Maar dan ben ik weer uit de serene sfeer van het lezen en gaat het mis. Want rustig eten is lastig met drie behoeftige kinderen om me heen. En iedereen moet nou eenmaal op tijd op school zijn. Het resultaat: ik voel me niet alleen uitgeblust na een maaltijd of schoolronde, maar ook een beetje mislukt. En schuldig. Omdat het dus allemaal niet Zen is gegaan. Toch vind ik dat zonde. Hoe kan dat anders?

Ballen in de lucht

Auteurs van zelfhulpboeken zijn opvallend vaak mensen die geen kleine kinderen (meer) thuis hebben, puissant rijk zijn geworden door bijna-burnoutachtig door te buffelen en die nu niet meer hoeven te werken. Dus alle tijd en rust hebben om alles in perspectief te plaatsen en om dagenlang te mediteren op een yogamat. Zo bannen ze alle stress uit hun leven. Die komt er niet meer in! Tja. Ik wil gewoon horen van iemand die precies mijn leven leidt, hoe je al die ballen lachend in de lucht houdt.

Eens per week rustig eten

De oplossing, voor zover die er is, zit er voor mij in om de dingen die me inspireren niet allemaal tegelijk toe te passen maar gefaseerd. Dus als ik eens per week – of in een goede week eens per dag – rustig een maaltijd heb gegeten, dan is dat winst. Ik las ergens dat het grootste risico op ongeluk bestaat als je situaties niet accepteert. Dus probeer ik te accepteren dat ik thuis eerder niet dan wel een retraite setting weet te creëren. Dat is ook helemaal niet haalbaar. En dat is meteen het tweede gevaar voor geluk: te grote doelen stellen. Vijfentwintig minuten overdag om iets voor mezelf te doen, zoals een meditatie, is een doel dat met wat organisatie binnen handbereik ligt. Sindsdien lukt het me om bijna iedere ochtend te mediteren.

Geslaagde dag

Zo coach ik mezelf tegenwoordig door de dagen. En nee, dit is geen recept voor ultiem geluk en bevrijdende verlichting voor werkende ouders. Maar het maakt wel dat ik meestal terugkijk op een geslaagde dag. Als ik om acht uur ’s avonds uitgeteld op de bank lig en geen energie meer heb voor yoga, tel ik de dingen die wel goed zijn gegaan. En daar staat dan dus geen yoga bij. En ook niet: haar in model geföhnd en bijpassende stijlvolle outfit aangetrokken. En niet: oma gebeld. Maar wel: kinderen met volle maag en gepoetste tanden op school afgeleverd, gelachen met baby, een was gedraaid en opgehangen, gezond gekookt. En dit blogje geschreven.