Op de helft van onze interview-challenge!

In januari gingen mijn vader en ik van start met ons interview-project. Het idee: we interviewen iedere dag een wildvreemde en stellen dezelfde 5 vragen. Die zetten we op ons Instagramaccount Justlikeyou365 met een portret. Omdat we benieuwd waren naar de antwoorden die we zouden krijgen en omdat we ook ergens het gevoel hadden dat we mensen iets gingen geven met deze 5 vragen. 

We hadden toen nog niet kunnen overzien hoeveel werk het eigenlijk is om iedere dag iemand te interviewen. Al levert het ook veel op. Naast de mooie antwoorden die wij meenemen op onze reis, heb ik via dit project een oppas gevonden. En iemand die af en toe een deel van het interview filmt als insta-story. Extra deelnemers voor mijn experiences die ik organiseer op de hei krijg ik vanzelf via de interviews. En meer contact, echte verbinding. Precies waar het me eigenlijk om te doen was.

Kwaliteit loslaten

In het voorjaar rond Pasen – zo’n vier maanden na de start – kwam er bij mij een enorme dip. Mijn jongste zoontje had oorontsteking, zat op mij gestickerd en ik wilde gewoon geen mini-interview meer doen. Waarom hadden we in godsnaam een heel jaar genomen voor deze challenge? We hadden het toch ook een week of een maand kunnen doen? En we hadden nog nauwelijks volgers op Instagram dus was het eigenlijk wel zo’n interessant project? Kortom, ik was (interview-) moe. Gelukkig vond ik een reserve-interview: een interview dat mijn vader had gedaan, maar waar geen foto maar een geschilderd zelfportret bij hoorde. Zou dat wel mogen? Ik heb perfectionistische trekken (klinkt luchtiger dan control freak) en wil graag dat alle foto’s tegen een effen achtergrond worden genomen. Maar veel mensen willen graag zelf een selfie aanleveren. Of in de natuur gefotografeerd worden. Dus heb ik de kwaliteit en uniformiteit van de foto’s toen een beetje losgelaten. Met pijn in mijn hart, dat wel. Maar zo is dit project beter vol te houden. Dat zie je dus ook in het overzicht op Instagram. Het wordt steeds losser. En dat is eigenlijk wel prettig.

Aan lager wal

Na een nacht weinig slapen, ben ik gewoon minder sociaal. Maar ik wist: een contactmomentje kan ook energie opleveren. Ik zag er soms niet uit: wallen, een joggingbroek en geen make-up. Zo zou natuurlijk niemand geïnterviewd willen worden door mij. Dus trok ik een andere broek aan, deed mascara op en kneep even in mijn wangen voor wat kleur. Een stemmetje in mijn hoofd zei: “Zou het niet juist een extra leuk experiment zijn als jij als een slons de straat op zou gaan. Kijken of jij met jouw aan-lager-wal-geraakte-look een interviewtje zou kunnen scoren?” Maar het risico dat ik me voor niks van die warme zachte bank had weten te trekken kon ik niet aan. Daarom wandelde ik die avond opgeleukt en met tegenzin naar de supermarkt. 

Steenoven pizza

Koortsachtig klampte ik me in gedachten vast aan de twee jonge mensen bij de servicebalie. Het was tegen sluitingstijd rustig in de supermarkt en twee pubers zaten een beetje te dollen met elkaar. Zo opgewekt en vrijblijvend mogelijk vroeg ik: “Iemand zin in een mini-interviewtje?” Alsof ik het over een vers uit de steenoven gebakken pizza had met extra mozzarella en verse basilicum. Dat is het leuke van pubers: die zijn zo onbevangen en niet media-schuw. “Ja hoor!” riep het meisje. “Maar niet langer dan 5 minuten he?” riep haar collega-puber streng. Want we moeten nog opruimen.” “Beloofd,” zei ik en stelde snel de eerste vraag. En wat ik hoopte gebeurde: ik werd zo vrolijk van haar antwoorden. Ze antwoordde op de vraag welke van haar kwaliteiten zij iedereen toewenst: “Ik gun mijn tekentalent iedereen wel. Want het is zo’n fijne uitlaatklep”. Vol energie liep ik naar huis. Zin om zelf meer te gaan tekenen.

Buitenaardse missie

Gek genoeg ging het project na die dip veel makkelijker. Ik kan nu na een half jaar steeds beter inschatten wie wel wil meedoen. Daar focus ik me op, ik hoef mensen die in de nee-stand staan niet te overtuigen. En het scheelde dat mijn vader in juni in zijn eentje op reis ging met de trein door Europa en het interviewtje kon gebruiken als eerste contact met mensen. Daardoor leverde hij een paar weken wat extra interviewtjes aan, zodat ik even rust had, kon reflecteren en opladen. Ik las over zwemmer Maarten van der Weijden. Dat hij tijdens zijn challenge, de Elfstedenzwemtocht, af en toe heel even kon rusten in een boot. Nu is onze challenge natuurlijk mentaal en fysiek totaal niet te vergelijken met zijn bijna buitenaardse missie. Maar ik herken iets van dat rusten terwijl je weet dat je door moet, dat je er nog lang niet bent. En dat het niet uitmaakt waar we nu zijn. Want door gaan we. Dit jaar gaan we gewoon iedere dag iemand deze 5 vragen stellen. Omdat er daarna iets verandert. Iets verbroedert. Iets verbindt. Dáár gaat het om.