Opgeven

Ik weet het nog goed: de eerste keer dat ik opgaf. Na een volle dag ontgroening bij een Utrechtse studentenvereniging, vertrok ik nog diezelfde avond naar huis. Als enige. Van tevoren had ik al gemengde gevoelens over deze gemengde vereniging. Maar mijn beste vriendin zou ook lid worden en ik wilde graag samen met haar, omdat ik bang was om haar kwijt te raken. Maar aan het einde van die eerste dag ging het gewoon niet meer. Mijn hele lijf schreeuwde: ik hoor hier niet. Uiteindelijk ben ik lid geworden bij een andere vereniging en zijn we nog steeds vriendinnen.

Gouden kooi

De tweede keer dat ik de handdoek in de ring heb gegooid was in mijn eerste baan als advocaat-stagiaire. Na twee jaar was ik het zo zat om altijd over te werken en nooit waardering te krijgen dat ik mijn ontslag heb ingediend. Eerder durfde ik dat niet, uit angst om mijn gouden kooi op te geven. Totdat ik me er niet meer toe kon zetten om naar dat kantoor te fietsen. En tot groot onbegrip van mijn omgeving begon ik een onzeker leven als (tekst)schrijver.

Onprofessioneel

Laatst heb ik een freelance opdracht eerder beëindigd, omdat het me meer energie kostte dan opleverde. Doodeng vond ik het, bang om als onprofessioneel te worden gezien of erger nog: het team te laten zitten met al dat werk. Maar mijn eigen gezondheid won het toch weer van de angst. Ik voelde me wel een ontzettende loser. Want kon ik niet gewoon even mijn tanden op elkaar zetten en dat laatste maandje doorgaan? Kom op, niet alles hoeft leuk te zijn in het leven! Bij werk horen ook minder energie gevende onderdelen!

Doorzetten

Ik zag dat vooral ik degene was die zo streng oordeelde over opgeven, want goede vriendinnen en mijn ouders vonden het een uitstekende beslissing. Zelfs de opdrachtgever reageerde vol begrip: ik moest goed naar mijn gevoel luisteren en mocht altijd terugkomen als ik me zou bedenken. Waarom was ik dan toch zo streng? Dat komt denk ik, omdat doorzetten in onze opvoeding en maatschappij meestal wordt gezien als een betere kwaliteit dan opgeven. Opgeven staat voor zwak, slap, zeikerig. Doorzetten, tot je erbij totaal neervalt. Dat is een stuk beter.

Tijdig ingrijpen

Maar voor mij is dat niet waar. Als ik iets heel graag wil, dan ben ik een pitbull die niet loslaat. Kijk naar mijn 3 boeken die er moesten en zouden komen. Denk aan mijn kinderen waar ik vol overgave iedere dag volledig voor ga. Opgeven is dan geen optie. Maar zodra ik voel dat ik in een situatie niet meer groei en bloei, neem ik er afstand van. En nu ik er zo mild naar kijk, vind ik het eigenlijk een teken van kracht om tijdig in te grijpen. Zoals mijn vader altijd zegt: bevalt de situatie je niet meer? Dan verander je ‘m. En juist het idee dat ik van mezelf op ieder moment mag opgeven – veranderen – zorgt ervoor dat ik ook dingen blijf uitproberen en onderzoeken.

Groeien en bloeien

Al die ervaringen bij elkaar verrijken mijn leven en geven het kleur. Ook de situaties die ik heb opgegeven had ik niet willen missen. Want ze leren me nog meer over mezelf en waar ik naartoe wil of naar terug wil. Opgeven heeft voor mij twee betekenissen. Loslaten en verbinden. Als je opgeeft en vertrekt, laat je los. Als je je ergens voor opgeeft, wil je erbij. Allebei sterk, allebei positief, allebei helemaal goed.

 

Zonsondergang bij Fleurs Finest volle maan yoga en meditatie